Column: Voetballers zijn bedriegers

Voetballers zijn bedriegers

Ruud Doevendans
05/12/2025

Het is zaterdagmiddag, een verloren uurtje. Ik kijk Excelsior-NAC – een mens doet soms gekke dingen – maar switch even naar Barcelona-Deportivo Alaves. In eerste instantie om te zien hoe Camp Nou er nu uitziet. Verschrikkelijk dus, met die mega-reclameborden aan de overzijde met alleen maar heen-en-weer springende beelden in schreeuwende kleuren die je totaal tureluurs flitsen. Dan valt, na een slordige drie minuten, iets anders op. Een patroon. Op het moment dat ik inschakel, ligt Lamine Yamal op de grond, fysiotherapeut erbij. Die steekt zijn duim op: alles oke, de speler kan verder. Yamal staat op, loopt zonder enig spoor van lichamelijk ongemak verder. Er was dus niets aan de hand. Het wonderkind stelde zich aan.

Eén minuut later, daar ligt hij weer. Kronkelend, doorrollend. Hij lijkt lelijk geraakt te zijn. De scheidsrechter trekt geel voor de vermeende dader. De herhaling laat zien dat die verdediger van Alaves weliswaar met zijn voet vooruit het duel aanging, maar die op de grond zette ruim voordat hij bij Yamal was. Die werd helemaal niet geraakt. Dat blijkt ook, want zodra hij ziet dat er geel is getrokken, staat hij op en rent weg. Kortom, wederom flauwekul. Behalve een enorm talent dus ook nu al, achttien jaar jong, een misselijkmakende B-acteur.

Weer enkele tellen later, andermaal een Barcelona-speler die in een duel over de zijlijn tuimelt en doet voorkomen alsof hij met een machinegeweer in zijn rug is getroffen. Wanneer het duidelijk wordt dat de scheidsrechter ditmaal de kaart op zak houdt, staat hij dan maar op en loopt eveneens door. Geen verzorging nodig, hij was nauwelijks geraakt. Trucje mislukt. Dit keer wel.

Het gaat niet om Yamal, evenmin om de andere Barcelona-speler van wie me de naam al ontschoten is. Deze taferelen zien we tegenwoordig overal op de voetbalvelden. Je kunt geen wedstrijd kijken, of spelers liggen vaker op de grond dan dat ze voetballen. Meestal zonder noodzaak en met als kennelijke bedoeling de tegenstander een kaart te bezorgen. Is dat opgelegd door hun trainers? Of doen ze dit uit zichzelf, omdat het de norm geworden is: voordoen dat je zwaar geraakt bent, en dan maar eens kijken of er voordeel uit te halen is doordat de scheidsrechter er een kaart voor geeft.

Vroeger, in mijn tijd – grootvader vertelt – gold het eigenlijk meer als een teken van zwakte als je op de grond lag. Wanneer iemand zich aanstelde, werd hij vaak meewarig bekeken. En denk maar niet dat een scheidsrechter het spel stillegde om een blessurebehandeling mogelijk te maken. Tegenwoordig faciliteren arbiters dit gedrag. Te laf om de vervuilers aan te pakken, met als smoes uit Zeist (en ongetwijfeld ook elders): ‘De scheidsrechter is geen dokter, hij kan niet inschatten hoe erg het is.’ Terwijl iedereen met enig inzicht in sport – maar ja, daar vraag je wat van de scheidsrechter – in 95 procent van de gevallen ziet of iemand simuleert.

Er is maar één conclusie mogelijk. De uitzonderingen daargelaten, voetballers zijn enorme bedriegers en verzieken de sport. Het wordt tijd dat er hard tegen deze figuren opgetreden wordt. Op het risico af dat je een keer iemand bestraft die het niet verdient. Er staat tegenover dat nu honderden, duizenden zelfs wegkomen met dit treurige toneelspel. Zoals we dit weekend bij Ajax-FC Groningen nog maar eens ten overvloede hebben moeten zien, is er rondom het voetballen veel om je zorgen over te maken. De taferelen bij PEC Zwolle-AZ bevestigden het beeld. De voetbalwereld is behoorlijk ziek. Voetballers zélf zouden een flinke bijdrage aan de sanering kunnen leveren, wanneer zij stoppen met hun volstrekt idiote gedrag.

Het is zaterdagmiddag, een verloren uurtje. Ik kijk Excelsior-NAC – een mens doet soms gekke dingen – maar switch even naar Barcelona-Deportivo Alaves. In eerste instantie om te zien hoe Camp Nou er nu uitziet. Verschrikkelijk dus, met die mega-reclameborden aan de overzijde met alleen maar heen-en-weer springende beelden in schreeuwende kleuren die je totaal tureluurs flitsen. Dan valt, na een slordige drie minuten, iets anders op. Een patroon. Op het moment dat ik inschakel, ligt Lamine Yamal op de grond, fysiotherapeut erbij. Die steekt zijn duim op: alles oke, de speler kan verder. Yamal staat op, loopt zonder enig spoor van lichamelijk ongemak verder. Er was dus niets aan de hand. Het wonderkind stelde zich aan.

Eén minuut later, daar ligt hij weer. Kronkelend, doorrollend. Hij lijkt lelijk geraakt te zijn. De scheidsrechter trekt geel voor de vermeende dader. De herhaling laat zien dat die verdediger van Alaves weliswaar met zijn voet vooruit het duel aanging, maar die op de grond zette ruim voordat hij bij Yamal was. Die werd helemaal niet geraakt. Dat blijkt ook, want zodra hij ziet dat er geel is getrokken, staat hij op en rent weg. Kortom, wederom flauwekul. Behalve een enorm talent dus ook nu al, achttien jaar jong, een misselijkmakende B-acteur.

Weer enkele tellen later, andermaal een Barcelona-speler die in een duel over de zijlijn tuimelt en doet voorkomen alsof hij met een machinegeweer in zijn rug is getroffen. Wanneer het duidelijk wordt dat de scheidsrechter ditmaal de kaart op zak houdt, staat hij dan maar op en loopt eveneens door. Geen verzorging nodig, hij was nauwelijks geraakt. Trucje mislukt. Dit keer wel.

Het gaat niet om Yamal, evenmin om de andere Barcelona-speler van wie me de naam al ontschoten is. Deze taferelen zien we tegenwoordig overal op de voetbalvelden. Je kunt geen wedstrijd kijken, of spelers liggen vaker op de grond dan dat ze voetballen. Meestal zonder noodzaak en met als kennelijke bedoeling de tegenstander een kaart te bezorgen. Is dat opgelegd door hun trainers? Of doen ze dit uit zichzelf, omdat het de norm geworden is: voordoen dat je zwaar geraakt bent, en dan maar eens kijken of er voordeel uit te halen is doordat de scheidsrechter er een kaart voor geeft.

Vroeger, in mijn tijd – grootvader vertelt – gold het eigenlijk meer als een teken van zwakte als je op de grond lag. Wanneer iemand zich aanstelde, werd hij vaak meewarig bekeken. En denk maar niet dat een scheidsrechter het spel stillegde om een blessurebehandeling mogelijk te maken. Tegenwoordig faciliteren arbiters dit gedrag. Te laf om de vervuilers aan te pakken, met als smoes uit Zeist (en ongetwijfeld ook elders): ‘De scheidsrechter is geen dokter, hij kan niet inschatten hoe erg het is.’ Terwijl iedereen met enig inzicht in sport – maar ja, daar vraag je wat van de scheidsrechter – in 95 procent van de gevallen ziet of iemand simuleert.

Er is maar één conclusie mogelijk. De uitzonderingen daargelaten, voetballers zijn enorme bedriegers en verzieken de sport. Het wordt tijd dat er hard tegen deze figuren opgetreden wordt. Op het risico af dat je een keer iemand bestraft die het niet verdient. Er staat tegenover dat nu honderden, duizenden zelfs wegkomen met dit treurige toneelspel. Zoals we dit weekend bij Ajax-FC Groningen nog maar eens ten overvloede hebben moeten zien, is er rondom het voetballen veel om je zorgen over te maken. De taferelen bij PEC Zwolle-AZ bevestigden het beeld. De voetbalwereld is behoorlijk ziek. Voetballers zélf zouden een flinke bijdrage aan de sanering kunnen leveren, wanneer zij stoppen met hun volstrekt idiote gedrag.