Column: De Wet van Einstein
De Wet van Einstein
De Nederlandse samenleving kenmerkt zich momenteel door onvrede. Over van alles: het woningtekort, asielproblematiek, het toeslagenstelsel, de toegankelijkheid van de overheid, het onderwijs, het openbaar vervoer, veiligheid op straat, de prijzen van de boodschappen, het beleid jegens de boeren, over Israël en Gaza, over Oekraïne. Kortom, totale ontevredenheid over het regeringsbeleid.
Er zijn volgens ‘de Nederlander’ dus te weinig woningen, te veel asielzoekers, toeslagenouders zijn bedonderd, de overheid staat niet aan hun kant, op scholen leren kinderen de verkeerde dingen, via de bus of de trein kom je nergens meer, op straat dreig je op elke hoek van de straat een mes tussen je ribben te krijgen, de hagelslag is te duur, de boeren weten niet waar ze aan toe zijn, internationaal kiezen we de verkeerde kant. En nog veel meer gemopper. De onvrede spreidt zich uit over ongeveer 85 procent van de bevolking. De 15 procent die wél tevreden is, stemt VVD.
Sinds 2002 zijn vrijwel alle kabinetten overwegend conservatief van aard geweest, centrum-rechts of rechtser dan dat. Dat gold voor alle kabinetten-Balkenende (we hadden er vier) waarin derhalve het CDA steeds de centrale factor was, meestal terzijde gestaan door de VVD en soms door de Christenunie. Daarna kregen we een langdurige periode-Rutte, eveneens met vier kabinetten, waarvan alleen het tweede de rit uitzat: het enige kabinet sinds 2002 dat dit voor elkaar kreeg. Misschien niet helemaal toevallig was dit een regering met uitsluitend VVD en de Partij van de Arbeid, kortom een kabinet met slechts twee partijen die echt niet over alles hetzelfde dachten, maar dat meer in balans was dan alle andere. Tot slot hadden we Schoof met zijn mensen, en we weten hoe dat verliep.
Anno 2025 heeft voor een groot deel van de mensen ‘links’ het gedaan. De problemen komen allemaal bij links vandaan. Links laat alle asielzoekers binnen, dat is eigenlijk het voornaamste probleem. Als we die asielzoekers maar niet hadden, dan hadden we plotseling voldoende huizen, werd er geen misdrijf meer begaan, reden alle bussen op tijd en was het gehakt weer net zo duur als zes jaar geleden. Links helpt ons hele land naar de ratsmodee. En dus kiezen we in Nederland, behalve voor het liberale, maar door de jaren heen (kijk maar naar Rutte 3 en Rutte 4) wat naar rechts opgeschoven D66, in toenemende mate voor rechts. Rechts moeten we hebben, rechts heeft de oplossingen. Links niet. Zie maar in welke ellende we ons bevinden. Het gekke is alleen, dat links de afgelopen 23 jaar maar zelden iets te vertellen had. Niet in het kabinet, niet in de Tweede Kamer. En rechts juist alles. Neem nu de cruciale portefeuilles Justitie en Asielzaken, in de negen kabinetten vanaf Balkenende. Op Justitie vier keer VVD, vijf keer CDA. Op Asiel vijf keer VVD, één keer PvdA, één keer CDA, één keer LPF en één keer PVV. Achttien posten, zeventien keer (centrum-)rechts en één keer links. Vrijwel altijd een meerderheid voor rechts in de Kamer. Maar nee: links liet iedereen binnenkomen.
Hoe naïef is het? Men ondervindt problemen en zo die er zijn, zijn ze ontstaan onder het bewind van bepaalde politieke partijen en bepaalde politici. En wat doen we? We kiezen in grote lijnen weer dezelfde partijen en politici, en verwachten dat deze de problemen nu wél oplossen die ze ruim twintig jaar niet de baas konden. De Nederlandse kiezer is iemand die onder de douche gaat staan en zegt: ‘Dat is gek! Ik word nat. Dat wil ik niet. Laat ik nog eens onder de douche gaan staan, misschien blijf ik dan wel droog.’ Het is de Wet van Einstein: de definitie van domheid is hetzelfde blijven doen en andere resultaten verwachten.
De Nederlandse samenleving kenmerkt zich momenteel door onvrede. Over van alles: het woningtekort, asielproblematiek, het toeslagenstelsel, de toegankelijkheid van de overheid, het onderwijs, het openbaar vervoer, veiligheid op straat, de prijzen van de boodschappen, het beleid jegens de boeren, over Israël en Gaza, over Oekraïne. Kortom, totale ontevredenheid over het regeringsbeleid.
Er zijn volgens ‘de Nederlander’ dus te weinig woningen, te veel asielzoekers, toeslagenouders zijn bedonderd, de overheid staat niet aan hun kant, op scholen leren kinderen de verkeerde dingen, via de bus of de trein kom je nergens meer, op straat dreig je op elke hoek van de straat een mes tussen je ribben te krijgen, de hagelslag is te duur, de boeren weten niet waar ze aan toe zijn, internationaal kiezen we de verkeerde kant. En nog veel meer gemopper. De onvrede spreidt zich uit over ongeveer 85 procent van de bevolking. De 15 procent die wél tevreden is, stemt VVD.
Sinds 2002 zijn vrijwel alle kabinetten overwegend conservatief van aard geweest, centrum-rechts of rechtser dan dat. Dat gold voor alle kabinetten-Balkenende (we hadden er vier) waarin derhalve het CDA steeds de centrale factor was, meestal terzijde gestaan door de VVD en soms door de Christenunie. Daarna kregen we een langdurige periode-Rutte, eveneens met vier kabinetten, waarvan alleen het tweede de rit uitzat: het enige kabinet sinds 2002 dat dit voor elkaar kreeg. Misschien niet helemaal toevallig was dit een regering met uitsluitend VVD en de Partij van de Arbeid, kortom een kabinet met slechts twee partijen die echt niet over alles hetzelfde dachten, maar dat meer in balans was dan alle andere. Tot slot hadden we Schoof met zijn mensen, en we weten hoe dat verliep.
Anno 2025 heeft voor een groot deel van de mensen ‘links’ het gedaan. De problemen komen allemaal bij links vandaan. Links laat alle asielzoekers binnen, dat is eigenlijk het voornaamste probleem. Als we die asielzoekers maar niet hadden, dan hadden we plotseling voldoende huizen, werd er geen misdrijf meer begaan, reden alle bussen op tijd en was het gehakt weer net zo duur als zes jaar geleden. Links helpt ons hele land naar de ratsmodee. En dus kiezen we in Nederland, behalve voor het liberale, maar door de jaren heen (kijk maar naar Rutte 3 en Rutte 4) wat naar rechts opgeschoven D66, in toenemende mate voor rechts. Rechts moeten we hebben, rechts heeft de oplossingen. Links niet. Zie maar in welke ellende we ons bevinden. Het gekke is alleen, dat links de afgelopen 23 jaar maar zelden iets te vertellen had. Niet in het kabinet, niet in de Tweede Kamer. En rechts juist alles. Neem nu de cruciale portefeuilles Justitie en Asielzaken, in de negen kabinetten vanaf Balkenende. Op Justitie vier keer VVD, vijf keer CDA. Op Asiel vijf keer VVD, één keer PvdA, één keer CDA, één keer LPF en één keer PVV. Achttien posten, zeventien keer (centrum-)rechts en één keer links. Vrijwel altijd een meerderheid voor rechts in de Kamer. Maar nee: links liet iedereen binnenkomen.
Hoe naïef is het? Men ondervindt problemen en zo die er zijn, zijn ze ontstaan onder het bewind van bepaalde politieke partijen en bepaalde politici. En wat doen we? We kiezen in grote lijnen weer dezelfde partijen en politici, en verwachten dat deze de problemen nu wél oplossen die ze ruim twintig jaar niet de baas konden. De Nederlandse kiezer is iemand die onder de douche gaat staan en zegt: ‘Dat is gek! Ik word nat. Dat wil ik niet. Laat ik nog eens onder de douche gaan staan, misschien blijf ik dan wel droog.’ Het is de Wet van Einstein: de definitie van domheid is hetzelfde blijven doen en andere resultaten verwachten.





